"Om eerlijk te zijn, als je nooit eerder iets als dit gehoord hebt, luister je waarschijnlijk toch al naar de verkeerde bands", schrijft High Fidelity-auteur Nick Hornby in het boekje van het vierde album van The Gaslight Anthem.

De befaamde schrijver geeft The Gaslight Anthem daarmee zijn goedkeuren om zonder blikken of blozen inspiratie te putten uit het oeuvre van zijn helden. Hornby benoemt ze zelfs in zijn schrijven: The Clash, Tom Petty and The Heartbreakers en, uiteraard, Bruce Springsteen. The Boss is nimmer ver weg bij The Gaslight Anthem.

Sterker nog, Springsteen is dichterbij dan ooit, zij het in de vorm van producer Brendan O’Brien (die werkte aan de Springsteen-albums The Rising, Devils & Dust, Magic en Working On A Dream). Ballad National Anthem lijkt qua arrangementen en productie dan weer erg veel op het tevens door hem geproduceerde Just Breathe van Pearl Jam.

Maar verder zijn het gitaren die de klok slaan, waarmee The Gaslight Anthem teruggrijpt op zijn punkverleden. De rootsrockelementen van voorganger American Slang worden compleet weggevaagd, waardoor Handwritten in muzikaal opzicht nauwer verwant is aan Green Day en Social Distortion dan Tom Petty of Bob Seger.

Vragen

Tekstueel probeert zanger Brian Fallon nog altijd van een soortgelijke beeldspraak gebruik te maken als Spingsteen, al blijft de frontman steken in eindeloze clichés. Ook blijft hij maar vragen stellen in zijn songteksten. Wat thematiek betreft, vertoont Fallon meer overeenkomsten met Bryan Adams dan met Bruce Springsteen, al is Adams poëtischer.

In zijn bescheidenheid levert The Gaslight Anthem een handvol prettige liedjes af, waaronder “45”, Here Comes My Man, Mae en Too Much Blood. Ergens voelt die bescheidenheid wel wat geforceerd, alsof The Gaslight Anthem moeite moet doen om ‘blue-collar’ te zijn. Daardoor ontstijgt de band nergens echt de muzikale middenklasse.