Eind 2011 verscheen een luisterboek van popjournalist en programmamaker Leo Blokhuis, met daarop de smeltkroes van country en soul als centraal thema. Verzamel-cd Behind Closed Doors is hier een mooie aanvulling op.

In zijn boek The Sound Of The South beschrijft Leo Blokhuis hoe deze twee totaal uiteenlopende genres elkaar troffen in het zuiden van de VS en hoe ze samensmolten in een tijd dat zwarten en blanken nog strikt gescheiden leefden. Het is het verhaal van opnamestudio’s in Memphis, Nashville en Muscle Shoals.

Met vier bijgevoegde cd’s is The Sound Of The Sound een uitgebreid document. De overeenkomst met het boekwerk van Blokhuis is overigens maar miniem, want slechts drie nummers van The Sound Of The South vinden ook hun weg op dit 23 tracks tellende compilatiealbum. Bovendien is Behind Closed Doors erg handzaam.

Het album is vooral een mooie introductie voor wie geïnteresseerd is in de broeierige mix van soul en country, zonder meteen naar een uitgebreide box als die van Blokhuis of The Fame Studios te hoeven grijpen. Anders dan bij die twee ligt de nadruk hier ook uitsluitend op soulartiesten die countrynummers coveren.

Zwoel

Zo is er Solomon Burke’s prachtige opname van de vooral in de versie van Jim Reeves bekende evergreen He’ll Have To Go en komt Al Green voor de dag met een zwoele soulversie van de Hank Williams-tranentrekker I’m So Lonesome I Could Cry. Ook artiesten als Candi Staton, Joe Tex en Percy Sledge zetten countrynummers naar hun hand.

Op Behind Closed Doors is er tevens veel aandacht voor songschrijver Harlan Howard, die onder meer Patsy Cline en Waylon Jennings van hits voorzag. Wie wel jammerlijk ontbreekt op deze collectie is pionier Ray Charles. Desondanks laat Behind Closed Doors horen dat goede muziek alle scheidingslijnen overschrijdt.