Lang voordat het huidige Iron Maiden zijn zegetocht begon, bestond er al een Engelse band met dezelfde naam. Het enige album dat die groep ooit maakte, wordt nu pas in volle glorie uitgebracht. Het blijkt een ruwe zwarte parel.

De oorsprong van het historische Iron Maiden ligt in de vruchtbare jaren zestig. De blues vormen zoals bij zoveel groepen uit die tijd de onwrikbare muzikale basis, maar naarmate het decennium vordert, krijgt de band (die eerst nog onder namen als Growth en Bum door het leven gaat) steeds meer interesse in het occulte.

Uiteindelijk komt het tegen 1970 tot opnamen voor een debuutschijf, maar door het faillissement van het platenlabel waarbij men getekend heeft en andere perikelen wordt het niet uitgebracht. Niet lang daarna valt de groep uit elkaar, met slechts enkele boeiende singles op het conto.

Vervolgens duurt het tot 1998 tot er een uitgave verschijnt op grond van de duplicaten die bassist Barry Skeels nog blijkt te hebben. Recentelijk zijn de originele banden echter gevonden en nu is er dan zowaar een volwaardige versie van Maiden Voyage. Het resultaat is indrukwekkend.

Voorbeeldig

Opener God Of Darkness (wie weet geïnspireerd door Arthur Brown) zet meteen de duistere toon, die door sterke opvolgers als Fallen en de epische afsluiter Ballad Of Martha Kent voorbeeldig wordt uitgewerkt. Woeste jams met de veelzeggende titels Liar, Ritual en Plague tonen de kracht van de band, met een sterrol voor gitarist Trev Thoms.

Weliswaar is dit geen perfect debuut: hier en daar missen nummers nog afwerking en de op zichzelf geslaagde bluesescapade CC Rider past niet goed bij de sfeer van de rest van het materiaal. Toch doet dit gemankeerde doommeesterwerk sterk vermoeden dat de muziekwereld iets groots is misgelopen met het originele Iron Maiden.