Ty Segall Band – Slaughterhouse

In de eerste secondes van Slaughterhouse geeft een Ty Segall een duidelijke boodschap af. Openend met een minuut aan tergende feedback roept hij op om vooral de riemen goed vast te zetten voor de psychedelische dodemansrit die daarop volgt.

Na verschillende soloalbums waar Ty Segall vrijwel alle instrumenten zelf inspeelde, is Slaughterhouse eigenlijk een album waar Segall terugkeert op het nest waar het ooit allemaal eens begon, Epsilons. Driekwart van de band waar hij als zeventienjarige zijn eerste albums mee opnam is hier aanboord.

Ty Segall Band bestaat naast hemzelf uit Mikal Cronin en Charles Moothart. En hoewel natuurlijk de naam van Segall prominent op de cover prijkt, klinkt Slaughterhouse ook werkelijk als een bandplaat. Er staat dan ook maar een nummer op dat alleen door Ty Segall is geschreven (Oh Mary).

De rest, op twee covers na, is geschreven als band. Gebouwd rond de charismatische zang van Segall, maar duidelijk een geheel. Rauw, heftig, geladen met jeugdige overmoed – de gemiddelde leeftijd ligt onder de 25 – en een toch zeer ontwikkeld geluid knalt veertig minuten strak samenspel dik in het rood uit de boxen.

Feedback

Tien stuks pure garagerock in een ode aan San Fransisco, de fuzzbox en de geboorte van de rock-‘n’-roll (best te horen in de Bo Diddley-cover Diddy Wah Diddy) uitgevoerd met dezelfde passie waarmee Ty Segall en zijn kornuiten wereldwijd de zalen plat spelen.

Helaas ook met tien minuten als Fuzz War als laatste nummer, een uitgestrekte feedbacktrack. Live prachtig om te ervaren, voor muzikanten vast altijd fijn om te maken, maar hier na een keer luisteren vooral een overbodig exercitie.


Ty Segall staat op 4 augustus op Garage Festival, Haarlem.

Lees meer over:
Tip de redactie