In 2011 liet Martin Cohen zijn ondersteunende rol als bassist bij Nine Black Alps achter zich om zich geheel te richten op zijn slaapkamer project Milk Maid. Een project dat sinds het debuut Yucca in dat zelfde jaar behoorlijk is uitgegroeid.

Was de eersteling nog vooral een viering van de pop in Guided By Voices-stijl, kruipt Milk Maid op Mostly No volledig in de neo-indie en fuzzy psychedelische pop, die zijn wortels vindt in de indiepop van de late jaren tachtig en begin jaren negentig, verweven met een liefde voor het liedje uit de sixtiespop.

Zo doet Milk Maid bij vlagen denken aan het vroege werk van Pink Floyd, maar dan wel met J. Mascis op gitaar en Pavement in de begeleiding. Maar ook de lome dromerige shoegaze van Jesus And The Mary Chain valt in Mostly No terug te horen, zoals in Your Neck Around Mine.

Dat betekent echter niet dat de Guided By Voices-invloed geheel is verdwenen, zo had Bad Luck (ondanks de lengte) net zo goed van de hand van Robert Pollard kunnen komen. De toppers op Mostly No zijn de moment dat Cohen het tempo opzoekt en de gitaar laat kreunen.

Intensiteit

Do Right en Summertime piepen en kraken; psychedelische neoindie waar niet de perfectie, maar de energie de bovenhand in spelen. Maar met nummers als Picture Of Stone en afsluiter No Goodbye zakt de plaat even in. Hier hangt Milk Maid tegen Kurt Vile aan, maar weet niet dezelfde intensiteit te bereiken.

Nog steeds fijn rammelend, maar de energie is er niet en de diepte in het geluid ontbreekt. Toch is ook Mostly No, net als voorganger Yucca, een aanrader voor een ieder met een hart voor mid-jaren negentig lo-fi en de zorgloze en eerlijke indierock uit de onbedorven jaren.