King Tuff – King Tuff

Een afgeragd blauw jeansjack dat aan de naden meer draden dan blauw vertoont, een net iets te strakke spijkerbroek in dezelfde staat, een afgewassen zwart T-shirt en afgetrapte sneakers; dat is de verplichte outfit bij beluistering van King Tuff.

Twaalf nummers die het pakkende van powerpop samenbrengen met vuige garagerock en het tegendraadse uit indierock van eind jaren tachtig. Alsof Big Star, T-Rex en Dinosaur Jr. een lang weekend hebben doorgebracht in een garagebox, opgesloten met hun instrumenten en een zak drogerende rookwaar.

Geregeld is de consumptie van die drogerende rookwaar het onderwerp in de teksten, veelal expliciet, zoals in het zomers klinkende Alone & Stoned. Drie minuten waar in de geneugten van alleen thuis stoned zijn worden bezongen, verpakt in een upbeat en zonnig popjas.

Pakkende pophooks en meezingers (zoals afsluiter Hit And Run) die Kyle Thomas op zijn tweede album als King Tuff rondstrooit als Zwarte Piet met een zak vol rock-‘n’-rollzoetigheid. Zoete niets-aan-de-handpop waar het spelplezier vanaf spat, geladen met een speelse hang naar het verleden.

Jeugdjaren

Met een knipoog worden veel gebruikte rockclichés door de nasale stem van Thomas herhaald en het rebelse van de jeugdjaren van de rock-‘n’-roll gevierd. Baby Just Break The Rules, Keep On Movin’, Hit And Run, het zijn nummers die even goed veertig jaar geleden op plaat gezet konden worden zonder nu achterhaald of oubollig te klinken.

Wat op den duur echter wel wat tegen begint te staan, is de nasale zang van Thomas. Het is wat King Tuff het meeste onderscheid, maar soms ook iets teveel van het goede. Daardoor is het tweede album dan ook niet koninklijk, maar adellijk in de orde van het afgedragen rockdenim is King Tuff zeker wel te noemen.

Lees meer over:
Tip de redactie