Kan een solide band na 38 jaar en twintig platen nog steeds verrassen? In het geval van Rush is het antwoord volmondig ja. Na vijf jaar studiostilte, komt de band nu met het album Clockwork Angels, waarop werkelijk alle registers opengetrokken worden.

Wederom is het album geproduceerd door Foo Fighters-producer Nick Raskulinecz. Dat betekent in de regel dat alles wordt dichtgesmeerd. Dat is wellicht even wennen, want zo rauw en heavy heeft Rush zelden geklonken. Ondanks de moderne productie trekt het hele oeuvre van de groep voorbij om zo aan de herkenbaarheid te voldoen.

Iedere stijl wordt vakkundig uitgeoefend. Van de hardrock uit hun beginjaren tot en met de ingenieuze progrock waarmee Rush eind jaren zeventig veel respect verdiende. Toch is het album niet geschikt voor in de late avond, maar dient het als absolute medicijn tegen de middagdip. De productie is zo maximaal dat de dynamiek hier en daar wat weg lijkt te vallen. Toch valt er meer dan genoeg te genieten.

Het album begint met het prijsnummer Caravan. Je weet meteen met wie je te maken hebt. Wederom een perfect visitekaartje van het Canadese drietal. En nummers als Carnies en The Anarchrist kunnen uitgroeien tot echte Rush-klassiekers. Al blijft niet alles meteen in je hoofd zitten.

Overtuigend

Een en ander zal enkele keren gedraaid moeten worden omdat er geen herkenbare popelementen in zitten. Dat is wel het geval bij The Wreckers, dat meteen weer wordt opgevolgd door een enorme bak overtuigende kracht tijdens Headlong Flight. Het stemgeluid van Geddy is nog steeds kenmerkend, hoewel duidelijk bewerkt in de studio.

Is dat erg? Nee. Want ook hij wordt ouder (59) en kan de hogere noten niet allemaal meer aan. Maar de fans verwachten vlekkeloos vakmanschap en Pro-Tools helpt daarbij. Rush is altijd een buitenbeentje geweest in de progrockscene en met dit album bewijzen de heren weer op eenzame hoogte te staan.