Codeine – When I See The Sun

De afgelopen jaren heeft Numero Group al meerder vergeten parels uit de soul, folk en jazz opgedoken. Artiesten die waren ondergesneeuwd door andermans succes, maar weldegelijk hun stempel op de muziekgeschiedenis hebben gezet.

Codeine is zo’n ondergesneeuwde band. Begin jaren negentig bracht het drietal drie albums uit op het toen toonaangevende Sub Pop, waarmee de band mede het fundament legde voor de slowcore en postrock. Bands als Low, Red House Painters en Mogwai zijn erdoor beïnvloed.

Maar ook recenter True Widow of de Nederlandse bands Luik en I Am Oak zijn in zekere zin schatplichtig aan het pionierswerk van dit Amerikaanse trio, dat als een van de eerste de traagheid in de overtreffende trap zette met een koud, bleek en snijdend pijnlijk geluid. Boxset When I See The Sun bevat deze albums.

Het debuut Frigid Stars uit 1990 staat bol van de onderdrukte agressie. Het schelle, maar cleane gitaargeluid van John Engle in combinatie met de lijzige, ingehouden zang van Stephen Immerwahr en de vertragende drums van Brokaw creëren een voortdurend onderhuidse spanning.

Slakkentempo

Spanning die enkel in onderkoelde, maar vlijmscherpe erupties uitspringt, zoals in het prachtige Cave-In of de opener D. Dit echter zonder het slakkentempo los te laten. Op de EP Barely Real uit 1992 trekt Codeine de lijn ingezet op Frigid Stars grotendeels door.

Het gitaarwerk blijft op vriesstand staan, maar Engle krijgt in Jr wel versterking van een tweede overstuurde gitaar door Jon Fine (van Bitch Magnet). Bovendien zijn hier invloeden van David Grubbs (Bastro, Squirrel Bait en Gastr del Sol) te horen, die hier bovendien een gastrol krijgt in het pianostuk W.

Verbetering

Op Barely Real zijn gitaren scherper en het geluid zo mogelijk nog meer beladen dan op de voorganger. Zes nummers die in details een verbetering van het geluid van de voorganger behelzen. Een geluid dat uiteindelijk het hoogtepunt vindt in The White Birch in 1994.

Met een nieuwe drummer zoekt Codeine op het derde album de rafelranden op. Meer dan op de twee voorgangers wordt hier gespeeld met dynamiek en weet Engle voor het eerst ook de weg naar het distortionpedaal te vinden.

Intensiteit

Daarnaast weet de nieuwe drummer Douglas Scharin nog beter zijn stokjes in ruststand te houden, maar ook meer variatie te brengen in de momenten dat hij wel drumt. Dit tezamen vergroot de intensiteit van de nummers enorm.

De repressieve agressie vindt hier zijn uitweg in korte explosies van scheurende gitaren, te vergelijken met de wijze waarop Slint dat deed op Spiderland. In de zang van Immerwahr ligt meer frustratie. Waar op de twee voorgangers de stem altijd ingetogen bleef, lijkt hij hier enkele keren uit het onderkoelde los te breken.

Eentonigheid

Bovendien komt er in het totaal geluid meer melodie kijken, wat het gevaar van eentonigheid dat misschien bij Frigid Stars nog speelde geheel is verdwenen. The White Birch is het album waarmee Codeine werkelijk zijn stempel drukt op de ontwikkeling van slowcore en postrock.

Vooral de wijze waarop de band hier met dynamiek speelt, is van invloed op veel bands die op gelijkwijze aan het werk gaan. Soms zelfs beter, maar het wiel kan maar een keer uitgevonden worden en dat is in dit geval door Codeine gedaan.

Beeld

De gehele boxset, When I See The Sun, geeft een prachtig beeld van de ontwikkeling van de band van zijn oprichting in 1989 tot 1994. Dit alles aangevuld met demo-opnames van voor Frigid Stars (waar Codeine tegen Dinosaur Jr. en de vroege Sebadoh aanleunt) en live-opnames.

Plus indrukwekkende Peel Sessions en niet eerder uitgegeven materiaal is het een perfecte reissue voor zowel de fans van weleer als de nieuwkomers in de wereld van Codeine.

Bijna vier uur is wellicht aan de lange kant om in zijn geheel uit te zitten, maar het totaal is een niet te missen, prachtig uitgevoerde boxset van een band die nu terecht door Numero Group in het zonnetje wordt gezet. Een boxset die overigens ook als losse platen is te verkrijgen.

Lees meer over:
Tip de redactie