Het vierde album van Led Zeppelin geldt als één van de belangrijkste en beste hardrockalbums ooit, dus het is niet heel vreemd dat de Nederlandse band DeWolff middels de titel van zijn vierde langspeler aan dit album refereert.

Immers, het uit Limburg afkomstige rocktrio DeWolff is schatplichtig aan Robert Plant en Jimmy Page, alsmede aan generatiegenoten als Pink Floyd en Deep Purple. Dat werd al duidelijk op DeWolff EP uit 2008, waarop de uit Geleen afkomstige muzikanten hun liefde voor psychedelische blues- en hardrock etaleerden.

De psychedelicatrend werd voortgezet op de eerste langspeler Strange Fruits And Undiscovered Plants (2009) en opvolger Orchards/Lupine (2011). Na de boekuitgave van Letter God – A Few Words On Psychedelica geldt DeWolff IV als het vierde album. De basis blijft ongewijzigd, al krijgt DeWolff steeds meer een eigen smoel.

Op de eerste helft van het album (de eerste plaatkant van de vinyluitgave) laat het drietal zes diep in jaren zeventig-rock gewortelde liedjes horen, waarbij de wilde Hammond-partijen van Robin Piso memoreren aan het werk van Ray Manzarek (The Doors), Gregg Allman (The Allman Brothers Band) en Steve Winwood (Spencer Davis Group).

Nuances

De eerste plaatkant toont vooral dat DeWolff gegroeid is in het schrijven van compacte liedjes, met meer aandacht voor opbouw en nuances. Dit in tegenstelling tot sommige eerdere nummers, die vaak nog het karakter van jamsessies hadden. Frontman Pablo van de Poel krijgt vocaal eveneens veel meer de ruimte.

De bijna twintig minuten durende mini-rockopera A Mind Slip beslaat de volledige tweede plaatkant. Hierin laat DeWolff zich, geïnspireerd door Pink Floyd en The Beatles anno 1967, instrumentaal weer volledig gaan. Sixth Dimension Blues kan worden beschouwd als een meesterwerk binnen het toch al uitmuntende vierde album van DeWolff.