Marcus Miller – Renaissance

Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met Miles Davis, maar toch is de stijl van basgitarist Marcus Miller (1959) direct herkenbaar. Op Renaissance, zijn nieuwste album, is dat niet anders.

Miller is vooral bekend door zijn verdiensten in Davis’ fusiontijd. Hij produceerde voor en speelde mee met de grootmeester en plaveide daarmee een succesvolle solocarrière. Daarin is nog altijd ruimte voor Davis. Dat bewees hij met een tour die een ode was aan diens Tutu, een van de drie albums van de trompetlegende die Miller produceerde.

Hoewel de titel van het album spreekt van wedergeboorte, is het niet helemaal duidelijk waar deze bij Miller plaatsheeft. Het zou zijn jeugdige band kunnen zijn, of misschien het geluid dat iets minder gepolijst klinkt dan we van hem gewend zijn. In elk geval niet de klank van zijn basgitaar. Daar verandert al sinds de jaren tachtig weinig aan.

Want hoewel Renaissance pas zijn achtste album is, is het weer onmiskenbaar Marcus Miller. Het gepluk aan zijn bas is de generaal in een veldtocht langs funk, latin, fusion en pop, andere instrumenten volgen als legerregimenten. Daar moet je wel van houden. Hij gunt zijn bandleden echt wel ruimte, maar Millers geluid is alom dominant.

Flageoletten

Dat geluid bestaat vooral uit venijnig slappen, een techniek die Miller karaktervol beheerst. Het funky Detroit is daarvan een sprekend voorbeeld. Maar soms zoekt hij naar subtiele melodie, zoals in een solocover van Jackson 5-klassieker I’ll Be There, waar de jazzrockterriër zelfs flageoletten laat horen. Het moet gezegd: niet slecht en zeker met persoonlijkheid.

Voor de jazzfanaticus is dit waarschijnlijk geen bijster interessante plaat, maar voor fans van Miller en zijn crossovers tussen pop, funk en jazz voldoet Renaissance aan de verwachtingen: spierballenfusion met nu en dan een melancholiek randje. Marcus Miller speelt dan ook niet in het Bimhuis, maar in uitverkochte poptempels. Daar betekent wedergeboorte iets heel anders.

Tip de redactie