Een goede artiest windt het publiek makkelijk om zijn vinger. Maar om ook de achterste rijen te bereiken, zal hij extra hard zijn best moeten doen. Met songmateriaal als dat van Regina Spektor is dat een kleine moeite.

Regina Spektor is een uit Rusland afkomstige zangeres, die op haar negende met haar ouders naar de VS emigreerde. Daar ontwikkelde ze zich tot popmuzikant, met Ani DiFranco en Joni Mitchell als voorbeelden. In 2001 kwam het debuut uit, al liet de doorbraak op zich wachten tot haar vierde album Begin To Hope in 2006 verscheen.

Hoewel Spektors laatste album, Far, alweer drie jaar oud is, staan er slechts drie volledig nieuwe liedjes op What We Saw From The Cheap Seats. Enkel de nummers Jessica, How en The Party zijn specifiek voor dit album geschreven. De andere liedjes zijn al veel ouder en zelfs al regelmatig live uitgevoerd door de zangeres.

Het oudste liedje op de plaat is het ruim tien jaar oude Don’t Leave Me (Ne Me Quitte Pas), dat in zijn originele vorm opdook als slotnummer van Spektors in eigen beheer uitgebrachte tweede album Songs uit 2002. Omdat alle liedjes een historie hebben, zijn ze in de gelegenheid geweest om te kunnen rijpen. En dat is hoorbaar.

Balans

Nummers als Small Town Moon, Firewood en Patron Saint zijn uitgekristalliseerd tot de fenomenale popsongs die het nu zijn. Desondanks blijven de liedjes puntig, grappig en eigenzinnig, zonder te overdacht te klinken. Topproducer Mike Elizondo (Eminem, 50 Cent, Fiona Apple) zorgt voor een goede balans.

De drie echt nieuwe liedjes zijn eveneens de moeite waard, met name het soulvolle doch tere How. De piano is nog altijd Spektors voornaamste instrument, al toont ze op What We Saw From The Cheap Seats toch een enorme veelzijdigheid. De liedjes klinken vast ook heel mooi in de verre uithoeken van elke denkbare concertzaal.