The Beach Boys – That’s Why God Made The Radio

Een jubileumalbum van The Beach Boys... Eerlijk is eerlijk; daar zat niemand toch meer op te wachten? Want na de voltooiing van Smile was het eigenlijk wel klaar. Of verrast de legendarische band toch nog op deze zwanenzang?

De uit Californië afkomstige band The Beach Boys is één van de belangrijkste en de meest invloedrijke popgroepen uit de geschiedenis en zo zullen de heren (de broers Wilson, neefje Mike Love en vrienden Al Jardine en Bruce Johnston) ook de boeken ingaan – ongeacht welk product van dubieuze aard er nog van ze verschijnt.

Toch moet opgemerkt worden dat het aandeel contractuele verplichtingen aanzienlijk groter was dan het aantal meesterwerken dat de band vervaardigde. Na Surf’s Up uit 1971 was het eigenlijk wel gedaan met The Beach Boys, op creatief en commercieel vlak. Zeker na de gedrochten die in de jaren tachtig en negentig werden opgenomen.

Het boeiende verhaal van The Beach Boys leek als een nachtkaars uit te gaan, nadat het al gereduceerd was tot een sluimerend waakvlammetje. De magie van het vroege surfwerk en het magnum opus Pet Sounds (1966) hielden de legende echter overeind, net als het ooit zo mythische verloren gewaande album Smile.

Slotstuk

Toen dat album in 2004 voltooid werd en de oorspronkelijke Beach Boys-sessies in 2011 alsnog verschenen, kreeg de door pieken en dalen gemarkeerde discografie van de groep een waardig slotstuk. Om het vijftigste jubileum van The Beach Boys te vieren, verschijnen nu de eerste nieuwe liedjes van de band in twintig jaar tijd.

Na het totaal mislukte Summer In Paradise uit 1992 hielden fans logischerwijs hun hart vast. Jubileumalbum That’s Why God Made The Radio is zeker geen meesterwerk, maar vergeleken met de desastreuze albums die tussen 1972 en 1992 verschenen, is het een aangename terugkeer naar de zonnige popliedjes van weleer.

Vertrouwd

Toegegeven, de productie ligt wel heel erg in het verlengde van Still’ Cruisin’ uit 1989 (met daarop de filmhit Kokomo), al doet Brian Wilson verwoede pogingen That’s Why God Made The Radio te laten klinken als het werk waarmee de luisteraars ooit vertrouwd raakten. Zacht, warm en teder, als een koel briesje langs de zonnige kustlijn.

Natuurlijk gaat het wederom over zon, zee en strand, over mijmeringen naar jongere jaren, jeugdliefdes en de plek van het individu in de wereld – allen thema’s die in het verleden al bezongen werden door de groep. Opvallend is dat Wilson de klanken van de albums tussen Wild Honey (1967) en Surf’s Up (1971) probeert na te bootsen.

Jeugdig

Liedjes als Isn’t It Time, Shelter, The Private Life Of Bill And Sue en het titelnummer zijn haast volledig opgebouwd uit door The Beach Boys zelf bedachte clichés en typerende melodielijnen, maar op de een of andere manier weten de krasse zeventigers de nummers jeugdig, spontaan en vitaal te laten klinken.

Het kitscherige Mike Love-liedje Daybreak Over The Ocean lijkt uit de sessies van Kokomo te stammen en is daarmee de minst geslaagde bijdrage aan That’s Why God Made The Radio. Niemendalletjes Beaches In Mind en Strange World zijn eveneens doordrenkt van de gewraakte glanzende jaren tachtig-bombast.

Bon Jovi

Wanneer het dan toch lijkt fout te gaan, ontvouwt zich een fraaie finale op plaat. Een suite, bestaande uit de nummers From Here To Back Again, Pacific Coast Highway en Summer’s Gone (deels uit de pen van Jon Bon Jovi) vormen een indrukwekkend vocaal slotstuk, geheel in de traditie van Pet Sounds en Smile.

Opmerkelijk is dat er niet één liedje van Bruce Johnston op de plaat staat, terwijl juist hij zich tot een gevierde liedschrijver ontpopte. Verder is de terugkeer van David Marks (origineel lid tot en met oktober 1963) noemenswaardig. Alles in acht genomen, is That’s Why God Made The Radio zowaar een aardige comebackplaat geworden.

Lees meer over:
Tip de redactie