Pond – niet te verwarren met Pond, de noiserockgroep uit begin jaren negentig, of The Pond, het triphopfolktrio rond Kathryn Williams – is een Australisch kwintet grotendeels bestaande uit leden van Tame Impala.

Een kwartet met de wortels stevig in de rocktradities van de zonnige, maar psychedelische jaren zestig. Experimenteler en vrijer in vorm dan Tame Impala, lijkt Beard, Wives, Denim gedeeltelijk uit jamsessies tijdens de aanvankelijke opnames te zijn ontstaan.

En daaruit is een geluid ontstaan dat grotendeels leunt op de gehele muzikale commune in Californië, trippend op lsd. Daar waar dezelfde heren met Tame Impala toch vooral het popliedjes centraal hebben staan, is deze bij Pond meer ondergeschikt aan de ervaring.

Maar ook hier wordt dat de kern, het liedje niet uit het oog verloren. Neem bijvoorbeeld Dig Brother; hierin fladderen de gitaarlijnen alle kanten op, maar niet alvorens een Beatlesk werkje door de lsd te hebben getrokken. Ook wordt er gespeeld met funk en vroege hardrock (denk Nazareth met Flea op de bas en Syd Barrett aan de bar).

Wendingen

En dat steeds in losse setting, waarbinnen nummers vrijelijk zichzelf lijken te ontwerpen en componeren. Onverwachte wendingen en kleurige invullingen van de arrangementen die veel citeren uit de Pink Floyd-discografie, maar goed worden geplaatst binnen de eigen muzikale trip.

En daardoor zou je bij beluistering van Beard, Wives, Denim haast gaan denken dat er in Perth een afstammeling van Panoramix woont. Een man met een lange baard, bloemetjes in zijn haar, die voor dit collectief dagelijks een grote pot psychedelische toverdrank brouwt. Misschien alleen even een andere bandnaam overwegen.