Al sinds de eighties vormen feedback, dissonanten en een punkdrive de hoofdingrediënten voor de betere noise- en indierock. Sonic Youth, Dinosaur Jr., The Melvins, Unwound en velen met hen bouwden hun gerechten hier uit op.

Ook Broken Water opereert in deze keuken. Het gerecht waar Broken Water mee op de proppen komt, heeft veel weg van de bovengenoemde menukaart. Sonic Youth en Unwound zijn sterk vertegenwoordigd in het smaakpalet van het trio, aangevuld met verwijzingen naar Wipers en The Melvins.

Het gitaarwerk van Jon Hanna op Tempest vertoont een sterke overeenkomst met de wijze waarop Thurston Moore zijn zessnaar benadert. Hoekige melodieën, neergezet in scherpe dissonanten, met vergelijkbare lawaaierupties. Tegelijkertijd neigt Hanna dan weer meer richting de punk.

Charmant rommelig ramt Pooknyw op haar potten en pannen de nummers vol, met breaks op de meest absurde en onconventionele momenten. Het geluid van een selfmade drumster. De productie, bewust lo-fi gehouden, brengt de rest van de bekoorlijkheid.

Schommelt

Ondefinieerbare geluiden in de achtergrond, zang die in de mix wegzakt, een fantoombrom die om de melodische baslijnen heen schommelt, soms zo uitgemixt dat alles tot een amorfe maar betoverende drone vervormt. In niets van dit alles is Broken Water origineel.

De voortdurend wisselende zang over de drie leden is goed voor genoeg variatie. De overduidelijke DIY-geest die door de plaat waait, zorgt voor de nodige frisheid. En dat tezamen maakt dat Broken Water meer een dwerg is, fier geplaatst op de schouders van een reus, dan een kopieermachine in de buurt van bladmuziek.