De Britse band Will and The People heeft een van de leukste voorjaarshits van 2012 in handen met Lion In The Morning Sun en op Pinkpop was het collectief verantwoordelijk voor een zeer gezellig feestje.

Dan verwacht je dat de band rondom zanger en liedjesschrijver Will Rendle wel meer van zulke zonnige pophits op zijn titelloze debuutalbum heeft staan. Maar dat is waar Will and The People al gauw teleurstelt; want hoewel de overige liedjes dik in orde zijn, zijn ze lang niet allemaal van dezelfde kwaliteit als Lion On The Morning Sun.

Will and The People gebruikt ska, reggae en pop als basis voor een deel van de nummers, terwijl het op andere songs doorschiet naar britpop in de geest van Miles Kane. Liedjes als Troubled Pro en Misunderstood zijn dan weer prettige zomerse popliedjes in de traditie van Jason Mraz en Jack Johnson.

Rendle en consorten lenen zonder schaamte elementen uit reeds beproefde wereldhits. Zo is de melodielijn van No Shame afgeleid van Everything I Own van Bread (of uit de reggaeversie van Culture Club) en Lion In The Morning Sun lijkt natuurlijk wel erg veel op Monkey Man van Toots & The Maytals (of The Specials).

Schuldgevoel

"I’ve been accused of plagiarism", zingt Rendle plagerig in Stranger, als een soort van bekentenis zonder enige vorm van schuldgevoel. Misschien is Will and The People niet de meest oorspronkelijke band, maar de jonge gastjes weten hun overigens aangename liedjes daarentegen wel met veel overtuiging live te brengen.

Op plaat gaat Will and The People teveel heen en weer tussen vrolijke, dansbare feestnummers als Salamander en Propellerheads (met diens slimme opbouw) en gezapige, midtempo zwijmelliedjes als Train, Blue en The Game. De geslaagde productie zorgt voor de benodigde cohesie op dit gevarieerde visitekaartje.