Mocht Nederland nog ooit het Eurovisie Song Festival willen winnen, moet het een band met kapsones, een eigen gezicht en een grootse pophook durven sturen.

Geen nepindianen of, zoals Turkije, Studio 100-piraten, maar echte zeeschuimers die de vrijheid van de piratenvlag hoog dragen. Als Nederland echt lef heeft en echt wil winnen, stuurt het The Don’t Touch My Croque-Monsieurs. Typische Nederlandse punk in de muzikale traditie van The Ex, De Kift, Heideroosjes en Plan Kruutntoone

Dit betekent zoveel als; meer punk in attitude dan punk in geluid. Volksmuziek, hardrock, punk, hardcore, dronkemansliederen, dub en rap worden door deze kapers tot een tiental pakkende en verrassende meezingers gevormd.

Meezingers die vertellen over de vrijheid van het piratenbestaan, maar ook over desillusie van die vrijheid. Een tocht die begint in Amsterdam Noord en ons voert langs de bajes, zeemeerminnen (waar in wordt weggezakt), opengereten magen en het diepst van de aarde.

Moerstaal

En dat alles met een avontuurlijk en inventief gebruik van de eigen moerstaal. Met Beste. Stuurlui. Ooit. heeft de band meerdere potentiële festivalhits in handen. Met name Dom Gedrag, Het Beloofde Land en W R P Raad (We Are Piraat) zijn nummers die een festivalweide in beweging kunnen brengen.

Ook zijn het nummer die op de stembanden blijven plakken tot ver na de laatste toon. En passant wordt in de teksten, achteloos, een ideale samenleving geschetst van vrijheid en gelijkheid, waar bezit wordt gedeeld; anarchisme, zo je wilt.

Vrijheid

Een vrijheid die vooral ook uit de muziek spreekt. Grenzen bestaan niet, met als magnum opus de afsluiter De Wereld Is Net Niet Genoeg. Punk, dub en Iron Maiden-achtige gitaarpartijen komen hier samen in een grote golvende genrezee.

Meesterlijk, pakkend en machtig. Inzenden naar Zweden dus, deze kapers. De ‘Beste. Kans. Ooit.’ op zo’n Eurovisie Song Festival-trofee. En als de heren hem niet winnen, dan kapen ze hem wel mee.