The Pond – niet te verwarren met Pond, de noiserock groep uit begin jaren negentig of het psychedelische zijproject van leden van Tame Impala – is de nieuwste band van Kathryn Williams.

Een trio dat folk combineert met tapeloops, losse beats en een zomers luchtige sfeer. Samen met Simon Edwards en Ginny Clee slaat zij hier een nieuw pad in. Een pad dat haar in bebop zelfs langs rap leidt en dus weg van de folk die zij in zekere vorm op de voorgaande acht albums blijvend omhelsde.

Een album geladen met vernieuwingsdrang. De folkbasis is losjes, neigt soms naar pop, maar krijgt steeds eigenwijze toevoegingen. Het vintage kraken in de beat onder Hard Shoulder waar meerstemmige koortjes in combinatie met een zacht kreunende trompet de melancholie in de stem van Williams extra kracht bijzetten.

Muziek om bij weg te zwijmelen. Het is echter niet allemaal luchtigheid op The Pond. Zo wordt in End Of The Pier een donkere en bedreigende sfeer neergezet, eerder neigend naar Portishead dan naar het folk verleden waar Williams uitkomt. Er is geen gitaar in dit puur op beats en samples gedragen nummer te herkennen.

Herkennen

En ook in het aansluitende Evening Star wordt enkel, hier meer opzwepend, met beats, samples en elektronische effecten gewerkt. Als de gitaar dan toch nog even naar voren komt is hij nauwelijks als zodanig te herkennen. Dit alles maakt The Pond een intrigerend album.

Toegegeven, niet de eerste band die electro en triphop samenbrengt en ook niet altijd geslaagd – sommige nummers, zoals Aim of de eerder genoemde rap, zijn daarvoor net te plat of luchtig. Maar een mooie herstart voor een vernieuwde carrière. Alleen de bandnaam wellicht nog eens overdenken.