Gemma Ray – Island Fire

Toen in het voorjaar van 2010 de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull uitbarstte, strandde de Engels/Duitse singer-songwriter Gemma Ray in Australië. Om er maar het beste van te maken boekte ze een studio en besloot ze aan een nieuw album te beginnen.

Resultaat is het toepasselijk getitelde Island Fire, haar inmiddels vierde album. Een album dat vooral één grote vraag oproept: waarom is deze dame nog geen superster? Natuurlijk, Rays haast barokke indiepop is minder toegankelijk dan dat van land- en vakgenoten Amy Winehouse en Adele, maar minstens zo goed en het heeft veel meer eigen smoel.

Misschien zal Island Fire haar voet in de deur blijken. Aan de kwaliteit van de songs zal het in ieder geval niet liggen. Ray schrijft prachtige, soulvolle liedjes die met bloedmooie, Phil Spector-achtige arrangementen buitengewoon indrukwekkend tot leven worden gewekt. Rays warme stem blijft goed overeind tegenover alle orkestrale pracht.

Maar het zijn vooral de kleinere liedjes, zoals Fire House, waarop haar zang een diepe indruk maakt. Andere hoogtepunten zijn Runaway en het Calexico-achtige Troup De Loup dat het hele liedje lang naar schitterende climax toe werkt. De productie klinkt vintage zonder echt retro te worden.

Bonus

Warm, direct en meteen eigen, maar nooit ouderwets of bewust terugkijkend. Als bonus bevat Island Fire twee covers van de Amerikaanse proto-punkband Sparks, die in samenwerking met diezelfde Sparks tot stand gekomen zijn. Het zwakste gedeelte van het album, maar desalniettemin niet geheel onwelkom.

Alles dat Gemma Ray nu nog nodig heeft is een goede PR-agent, want die heeft ze overduidelijk nog niet. Was dat wel het geval, dan had haar gezicht allang op grote billboards gestaan en had ze inmiddels een eigen kleding- of parfumlijn. Zonder twijfel het beste album dat ooit uit een vulkaanuitbarsting is ontstaan.

Tip de redactie