Justin K. Broadrick bevindt zich al dertig jaar in de voorhoede van de metal en industrial. Met Godflesh, God, Jesu en vele andere zij- en hoofdprojecten heeft hij meermaals zijn stempel op het muzieklandschap gezet.

Voornaamste factor daarin zijn ongebreidelde interesse in nieuwe muziek. Vanaf de vroege jaren tachtig haalt Broadrick zijn inspiratie uit ongebruikelijke hoeken. Zij het hiphop, drum-‘n’-bass, jazz of dubstep, Broadrick laat zich er door grijpen en grijpt er vervolgens zelf uit wat hij kan gebruiken.

Met JK Flesh is dat niet anders. Het debuut Posthuman begint als een stoffige jazzplaat, maar al snel komen er zware, grommende beats in het plaatje om het geheel de triphop- en industrialkant op te trekken. Luguber en spokend, alsof de Mo' Wax-catalogus door de postmetalmolen wordt gedraaid.

Broadrick zoekt op Posthuman de industriële duisternis op met behulp van triphop-, drum-‘n’-bass-, hiphop- en dubstepelementen. Grimmige beats in een vol palet aan elektronische en gitaarnoise, alsof je Fuck Buttons vertraagd afdraait, met DJ Krush en Nosaj Thing op de achtergrond.

Apocalyptisch

En dat werkt bezwerend, zeker als daar de schelle apocalyptische grunt doorheen wordt geworpen. Het is echter niet zo dat JK Flesh hier met een totaal nieuw geluid komt. Basis blijft de industrial en metal waar Broadrick op zijn dertiende al mee experimenteerde in Final en groot mee werd in Godflesh.

In zekere zin leunt Broadrick hier zelfs zwaar op de tonen van Godflesh. Een basis die donker, zwaar en herkenbaar is. Maar de wijze waarop hij in Devoured of titeltrack Posthuman speelt met dubstep in zijn apocalyptische noise, toont dat hij nog lang niet klaar is in de voorhoede van metal, industrial, of welk ander willekeurig genre.