Rauwe, ruige en slepende garagerock, opgetrokken uit de klanken van een slechte trip; voormalig Black Lips-gitarist Jack Hines heeft met het tweede album van K-Holes het geluid van donkere steegjes in het holst van de nacht gevonden.

Vies als The Cramps, verontrustend als Made Out Of Babies. Op het naamloze debuut uit 2011 wist de band al te overdonderen met een nachtelijke wandeling langs de kadavers van The Bad Seeds en Siouxsie and The Banshees, met het gore gitaargeluid en diens hysterische zang.
 

Dit aangevuld met het sexy schetteren van de saxofoon over een trage, zware en angstaanjagende soort van doompunk. Op Dismania zetten de New Yorkers deze beknellende lijn op indrukwekkende wijze voort. Venijnig snijdende gitaren in een donkere psychedelische setting.

Afwisselend met vileine vrouwelijke vocalen van Vashti Windish of de bezeten Jack Hines, soms neigend naar een schizofrene versie van Jefferson Airplane, zoals in het sinistere Numb. In de meeste nummers zorgt de saxofoon voor de grove melodielijn. Maar ook die is grimmig, bijtend en vervaarlijk.

Zweet

Geen toon in Dismania is ingehouden, ingetogen of zoet; de plaat zweet angst en misgenoegen. Dat maakt de tien tracks een gitzwarte en ontzenuwende ervaring, zwaar maar heerlijk. K-Holes zoekt geen veilige paden, maar maakt rock-’n’-roll zoals die zo mooi uit balans kan slaan.

En dat op een aloude bekende manier. Zoals ooit ook The Cramps, Birthday Party of Daisy Chainsaw met vergelijkbare middelen wisten te verontrusten, zo boort dit vijftal ook in op de onderbuik om je achter te laten met een onbestemd ongemakkelijk edoch indrukwekkend gevoel.