Terwijl Moke enige tijd stil lag, waren de bandleden bezig met allerlei nevenprojecten. Zo maakte zanger Felix Maginn muziek bij een documentaire over de Titanic. Drummer Rob Klerkx is toe aan zijn derde soloalbum.

Alhoewel, niet volledig solo, want op Final Desire wordt Klerkx wederom bijgestaan door de op zijn tweede album geïntroduceerde begeleidingsband The Secret, bestaande uit wisselende bandleden als Jelle Paulusma, Jaromir Fernig, Theo Sieben en Rory van der Graaf. In grote lijnen wel dezelfde leden als op Undertones.

Ook producer en organist Menno Bakker keert terug achter de knoppen. Maar daar houden ook wel zo ongeveer alle overeenkomsten met de voorganger uit 2011 en het debuutalbum Unleash uit 2009 op. Van de smaakvolle pop op het debuut, komt Klerkx via de americana van Undertones hier uit op logge, gruizige rocksongs.

Het contrast met de ingetogen (semi-)akoestische liedjes van een jaar geleden kan haast niet groter, al blijkt de voorliefde van de Moke-drummer voor lang uitgerekte nummers op Final Desire beter tot zijn recht te komen. Juist door de inkleuring van elektrische gitaren, donderende drums en brommende baslijnen komen de liedjes tot leven.

Onheilspellend

De nummers variëren van episch (Stone Angels) tot onheilspellend (Final Desire, Shadows) en van bedachtzaam (21 Seasons, Keeps Us Going) tot hoopgevend (Island). Een fraaie cover van de Duran Duran-hit Save A Prayer was een van de sterkste nummers op Undertones en ook hier refereert Klerkx aan jaren tachtig-pop.

Het refrein van DNA-Love is duidelijk gebaseerd op Shout van Tears For Fears en liedjes als Black Wave, Pal Blue Hand en Seven Days halen shoegaze- en noisebands aan als The Jesus And Mary Chain, Cocteau Twins, Sonic Youth en My Bloody Valentine. Wederom geen onaardig album, maar voor een ander publiek dan de vorige twee.