Vaak lijken artiesten ten tijde van hun debuut een glorieuze carrière tegemoet te gaan, al zetten ze zichzelf gaandeweg buitenspel. Rufus Wainwright moest even warmlopen, maar is met zijn zevende album in topvorm.

Marius De Vries, Neil Tennant en Pierre Marchand produceerden eerdere albums en ditmaal kiest hij voor Mark Ronson. Er wordt een heel blik aan gastmuzikanten open getrokken voor Out Of The Game. Zo zet Ronson The Dap-Kings in, waarmee hij eerder nummers voor het bekroonde Back To Black van Amy Winehouse opnam.

Ook duiken enkele familieleden en Sean Lennon op, alsmede leden van Wilco, Yeah Yeah Yeahs en Miike Snow. Out Of This Game is bovenal een geslaagd huwelijk tussen de talenten van de songschrijver en de Britse producer. De gedistingeerde pop van Wainwright gaat hand in hand met de minutieuze, soulvolle productie van Ronson.

De fluwelen vocalen van de getalenteerde zanger doen aan als een warm bad na een stressvolle dag, terwijl de kalmerende arrangementen als condens neerslaan op de koude badkamerspiegel. Out Of The Game en Welcome To The Ball zijn dartel als vers badschuim en Montauk is als badwater dat bedaard tegen de rand klotst.

Liefdevol

Maar Wainwrights Bitter Tears voelen eerder als fris kraanwater en het subtiel soulvolle Respectable Dive is een warme handdoek die liefdevol om je heenslaat. Echter, waar badwater koud wordt en schuimbubbels langzaam inzakken, wordt Out Of The Game juist sterker naarmate de plaat vordert.

Zo zijn er slimme rijmschema’s in de fonkelende popsong Perfect Man en in de finale bevinden zich de prachtnummers Sometimes You Need, Song Of You en het vrome Candles, compleet met accordeon en doedelzak. Eigenlijk klopt alles aan dit album, behalve de titel. Rufus Wainwright is zeker niet Out Of The Game – he’s on top of it.