Nate Hall, voorman van US Christmas, zet in het derde nummer van zijn solodebuut A Great River de muzikale kaders waarin hem te plaatsen zelf sterk neer. Kathleen van Townes Van Zandt wordt daar op bezwerende en origineel erende wijze gecoverd.

De enige cover op A Great River, maar het valt geenszins uit de toon. Hall duikt in de donkere americana, met de wortels stevig verankerd in een traditie van singer-songwriters, van Woody Guthrie tot David Eugene Edwards en Kurt Vile. Duister en dreigend doorloopt Hall verhalen uit het gootsteenputje van de samenleving.

Ondersteund met minimale middelen, veelal slechts een akoestische gitaar aangevuld met een donker grommende – aan doom en postcore refererende – gitaar, galmen de nachtmerries van Hall door de kamer.

Een opengetrokken echoput die, ondanks de minimale invulling, van begin tot eind blijft boeien. Klaarblijkelijk is dit album in een avond opgenomen, dit om hét momentum te pakken, en dat is ook te horen.

Schemer

De open en – ondanks alle lage aan echo – simpele productie zorgt er voor dat de schemer meteen invalt bij de eerste aanslag, waarna Nate Hall praktisch uit de boxen stapt en naast je op de bank plaatsneemt. In een interview zegt Hall dat deze plaat nooit gepland was.

A Great River was nodig was om af te rekenen met demonen uit het verleden. Die urgentie is te horen. Het hart en de ziel liggen op de tong en zelfs in de instrumentale nummers wordt het mes bij de luisteraar op de keel gezet; Hall heeft iets te vertellen en wij moeten luisteren.