Het is een barbaarse en duistere wereld waar Conan door heen waart. Een waar in geweld en spiermassa de toon zetten en macht maken. En Conan grijpt die macht; gewapend met gitaar, bas en drums legt het trio deze wereld aan zijn voeten.

Ver omlaag gestemde gitaar, wel te verstaan, en een dreunende, vervormde bas, gecombineerd met simpele teksten, die indringend over je heen worden gestort. Het doet denken aan oude Anethema en de eerste albums van My Dying Bride, maar wel in combinatie met de zwaardere stonerdoom en drones van een Sleep en Earth.

De Britten leggen een tapijt van traag voortdreunende riffs, voortgestuwd door een even trage drummer die een slepende beat onder de gitaren legt. Slechts een enkele keer versnelt het trio zijn oorlogsbedes, maar zeker in de tweede helft van de plaat verschuift de band steeds meer naar de dronedoom.

Daar worden de riffs lang, in feedback en distortion uitgerekt, en trapt de drummer extra op de rem. De laatste minuut van afsluiter Invincible Throne is zelfs niet veel meer dan enkel een duistere uitzingende en aanzwellende toon. Conan heeft op Monnos een pad gevonden en dat pad gaat rechtdoor, maar niet zonder het gebruik van de nodige dynamiek.

Trance

Af en toe wordt gas teruggenomen in het volume, laat de drummer ruimte in zijn potten en pannen. Dit om vervolgens het gehele geluid weer dicht te plakken of juist helemaal open te laten, zodat de dreigende grunt scherper naar voren komt. En dat alles zonder de trance te verliezen.

Als luisteraar ga je geheel op in de riffs en drones van Monnos. Van af het begin van de plaat pakt Conan je bij de schouders en schudt je in het gareel. Ogen dicht en knikken met het hoofd. En zo geschiedt, daar heeft Conan eigenlijk geen geweld of spiermassa voor nodig. Daar zijn de muzikale wapens imponerend genoeg voor.