Desolaat, het geluid van flikkerende TL-buizen, een gemankeerd muziekdoosje, zware grommende bastonen en dromerige tonen uit een vervormd klokkenspel. R.I.P., het derde album van producer Actress, is een verhaal vol vervreemding.

Meer een op ambient gestoelde plaat dan een danceplaat, zet Darren Cunningham hier voornamelijk sferen neer. Een enkele keer komen beats naar voren, dreigend, neigend naar Detroit-house. Maar dat wel gecombineerd met een gelaagdheid en detaillering van minimal-techno.

Ver achter de beat verstopte bluesriedeltjes op een piano, een tweede hogere en tegendraadse melodielijn, vervormde stemsamples, alles welhaast om een gevoel van verwarring te scheppen. Een goed uur heb je het gevoel te luisteren naar verloren klanken, die het gevoel van verlies beschrijven.

Er spreekt namelijk een sterke treurnis uit R.I.P., alsof je mee wordt getrokken in een proces van rouw waarbij niet geheel duidelijk is waarvan nu afscheid genomen wordt. Cunningham speelde in het verleden al met vele verschillende genres.

Natuurlijk

Hier probeert hij het midden te zoeken tussen Pantha Du Prince en de diepere house, maar raakt soms ook haast aan de neo-klassiek. Dit met veel natuurlijke geluiden. Beats worden opgetrokken uit woodblocks, congo’s en ver weggestopt hoor je ook een werkelijke basgitaar in gepakt in volle en zweverige elektronica.

Een warm en diep geluid, maar dat is niet het onderscheidende van dit album. Die komt van de emotie die de hele plaat draait. De eenzaamheid van verlies, verwarring en vervreemding die achter de beats en gestapelde geluidslijnen ligt, zijn wellicht invulling, maar wel de kracht van dit album.