Het is alweer vijftien jaar geleden dat we kennismaakten met de Britse danceact Chicane. Waar Chicane zich eind jaren negentig liet beïnvloeden door de klanken van de Spaanse eilanden, vindt hij nu zijn inspiratie in het barre IJsland.

Achter het pseudoniem Chicane gaat producer Nick Bracegirdle schuil. In 1997 brak hij door met de clubhit Offshore en hij scoorde een grote zomerhit in 1999 met zijn bewerking van Theme From Harry’s Game van Clannad, onder de titel Saltwater. In datzelfde jaar leverde zijn remix van Cloud Number Nine Bryan Adams een hit op.

Samen met Bryan Adams scoorde hij begin 2000 zijn grootste hit, toen Don’t Give Up op 1 kwam in de Britse Top 40. Daarna bleef het lang stil rondom Chicane. Zijn derde album zou nooit officieel worden uitgebracht en ook zijn samenwerking met Adams liep spaak. Album Somersault was in 2007 eveneens niet de gedroomde comeback.

Met het album Giants en de daarvan afkomstige hit Poppiholla, een bewerking van het Sigur Rós-nummer Hoppipolla, vestigde Chicane in 2010 opnieuw zijn naam. Op zijn zesde album Thousand Mile Stare bewerkt hij opnieuw een liedje van Sigur Rós (Njosnavelin). Ook werkt hij op twee nummers samen met de IJslandse band Vigri.

Herhalingsoefening

Waar Chicane’s zweverige synthesizermuziek voorheen sterk refereerde aan dance uit Ibiza, brengt hij nu killere klanken voort. Toch liggen nummers als Windbreaks en Floatsum And Jetsum beslist in lijn met zijn werk van een decennium geleden. Ook Playing Fields met zangeres Kate Walsh lijkt een herhalingsoefening (vergelijk met No Ordinary Morning).

De schreeuwerige trancetrack Going Deep valt erg uit de toon, maar de veel betere instrumentale remix (in feite Just Can’t Stop van Moogmonkey) staat dan ook op een prominentere positie. Chicane leent veel geluiden van zijn eerdere albums Far From The Maddening Crowds en Behind The Sun, maar Thousand Mile Stare is compositorisch minder sterk.