Het Groot Barrièrerif in het noordoosten van Australië is de grootste alleenstaande structuur vervaardigd door levende organismen. Mocht het rouwproces van Oh Mercy daadwerkelijk zo groot zijn, dan is het vanuit de ruimte waarneembaar.

Oh Mercy – beslist niet te verwarren met de boyband No Mercy, uit de jaren negentig – is een Australische band, vernoemd naar het gelijknamige album van Bob Dylan uit 1989. De band wordt opgericht door zanger annex gitarist Alexander Gow en gitarist Thomas Savage, maar groeit na verloop van tijd uit tot een kwartet.

Aangevuld met bassist Davey Faragher en drummer Michael Urbano brengt Oh Mercy in 2009 zijn debuutalbum Privileged Woes uit, in 2011 gevolgd door Great Barrier Grief. Nadat 3FM de single Can’t Fight It oppikt, verschijnt Great Barrier Grief nu ook in Nederland. Producer Mitchell Froom staat de band bij op dit album.

De treurnis op Great Barrier Grief mag dan niet zo immens zijn als de albumtitel doet vermoeden, maar het centrale thema gaat weldegelijk over verlies, zij het vooral in relationeel verband. Oh Mercy geeft zijn zielenroerselen weer in de vorm van veertien prettig voortkabbelende popliedjes met poëtische teksten.

Ingetogen

De invloed van Bob Dylan – en eigenlijk meer nog die van Bruce Springsteen – komt het duidelijkst naar voren op slotnummer Get You Back, één van de bonustracks. Het geluid van Oh Mercy laat zich het beste omschrijven als ingetogen semi-akoestische pop in lijn van R.E.M., Crowded House, Jack Johnson en The Kooks.

Oh Mercy slaagt er goed in om zwaarmoedige gedachtes te verpakken in een luchtige muzikale omlijsting. Soms zelfs zo luchtig dat de woorden hun gewicht haast verliezen. Gelukkig weet de kenmerkende zang van Gow dat te voorkomen. Al met al weet Oh Mercy zijn rouwproces beter te verhullen dat de titel suggereert.