Ieder land heeft zo zijn acts die nationaal wereldberoemd zijn, maar internationaal weinig succes hebben. Zo had Denemarken in de jaren negentig Dizzy Mizz Lizzy, het Deense antwoord op Nirvana en consorten.

Dizzy Mizz Lizzy – geleid door singer-songwriter en gitarist Tim Christensen – was in Denemarken misschien wel de grootste alternatieve band van het decennium, maar – buiten Japan – deed de band ondanks de prima kwaliteit internationaal weinig. En waarom eigenlijk niet? Het antwoord op die vraag is vrij simpel: chauvinisme.

Had Dizzy Mizz Lizzy het in Denemarken net zo goed gedaan als het een Amerikaanse of een Duitse band was? Waarschijnlijk niet. Wat Dizzy Mizz Lizzy zo interessant maakte voor de Denen (of een act als Kane of Racoon voor de Nederlanders) is dat ze uit eigen land komen en daarnaast uiteraard ook nog eens aantrekkelijke muziek maken.

Echter, net niet aantrekkelijk of eigenzinnig genoeg om zonder het predicaat "onze jongens" door te kunnen breken. Zanger Christensen ging nadat Dizzy Mizz Lizzy uit elkaar viel verder als soloartiest en inmiddels is hij aan zijn vierde studioalbum toe. Met zijn vaste band die hier voor het eerst de naam The Damn Crystals meekrijgt levert hij tien prima songs af.

Dwarsdoorsnede

Prima, want echt heel erg goed of bijzonder wordt het nergens. Christensen maakt tegenwoordig dertien-in-een-dozijn-gitaarpop met een klein donker randje. Met grunge heeft het nog maar weinig van doen. De beste song, en een goeie dwarsdoorsnede van het album, is Happy Ever After.

Het kleine beetje spanning slaat nooit door naar echt gevaar, hoewel Christensen een prettig stemgeluid bezit. Goed genoeg voor een doorbraak buiten Denemarken is het echter niet. In ieder land lopen namelijk genoeg Christensens rond die net zo goed zijn en bovendien het voordeel hebben dat ze als nationale trots opgevoerd kunnen worden.
 

Luister dit album op Spotify