Alsof iemand een strijker van postrock, jazz, sambal en psychedelische folk in de kamer gooit, zo knalt AU op Both Lights in de eerste minuten uit de boxen. Opgejaagde drumsalvo’s, gitaren en synths voortgeduwd door een diepe bassaxofoon.

Epic, zoals de opener is gedoopt, trekt meteen de aandacht. Alle ingrediënten in vol ornaat aanwezig, in felle, heldere kleuren net als de gelaagde mineralen op de hoes. Symbolisch voor de gelaagdheid in Both Lights en typerend voor de experimenteerdrang van de kernleden Luke Wyand en Dana Valatka.

Percussie gedreven psychedelische indiefolk met jazzinvloeden, die refereert aan de begin jaren van Animal Collective, maar ook aan stadsgenoten Menomena en Ramona Falls. Bol, met een breed en gevarieerd instrumentarium, waarop gerenommeerd saxofonist Colin Stetson (Arcade Fire) een belangrijke rol speelt.

Meermaal komt zijn typische wijze van behandeling van zijn riet- en koperinstrument centraal te staan. Elektronica en allerhande drumcomputers zorgen voor een verdere verbreding van het geluid, waardoor het soms wat druk aan kan doen. Er ligt namelijk echt geen grens bij AU.

Midden

Dat houdt het spannend, maar is soms ook vermoeiend. Gelukkig wordt er dan toch even ingehouden, zoals in het haast neoklassieke The Veil, het ingetogen Old Friend of Crazy Idol – de laatste, met operette zangeres in de achtergrond, het perfecte midden tussen Arcade Fire en Efterklang.

Nog steeds goed gevuld, maar even het gas teruggenomen. En dat is wel even nodig bij deze band, die het boekje Hoe Te Doseren voor veel nummers duidelijk overboord heeft gegooid. Gelukkig maar, want gedegen kakofonie is op zijn tijd best fijn.