De gemiddelde popconsument zal de naam Mike Portnoy weinig zeggen, maar laat de naam vallen ten overstaande van een drummer en je zult merken dat haast iedere slagwerker een uitgesproken mening heeft over de Amerikaan. En meestal is die niet al te genuanceerd.

Als drummer heb je namelijk óf een hekel aan Portnoy, óf je vindt hem helemaal fantastisch. Hetzelfde geldt voor de band waar hij jarenlang leider en drummer van was, progressieve metallegendes Dream Theater. Nadat hij deze band verliet begon hij aan een aantal nieuwe projecten, waaronder Flying Colors.

Flying Colors is een supergroep die naast Portnoy bestaat uit gitarist Steve Morse (Deep Purple, Kansas), toetsenist Neal Morse (Spock's Beard), bassist Dave LaRue (Joe Satriani, John Petrucci) en zanger Casey McPherson. Stuk voor stuk zeer virtuoze muzikanten, die allemaal uit dezelfde progressieve hoek komen.

En dat vertaalt zich ook in de muziek op het debuutalbum, die – hoewel eclectisch –allemaal te vangen is onder het kopje symfonische rock en dan met name de jaren tachtig-variant. Zelf pretenderen ze een modern album te hebben gemaakt, maar vanaf de eerste noot is duidelijk dat we te maken hebben met gedateerd aandoende spierballenmuziek.

Puzzelstukjes

Dat de heren fantastisch musiceren staat uiteraard buiten kijf, maar een goed popliedje schrijven lijkt ze niet echt te lukken. Het dichtste bij komt The Storm, een redelijk modern klinkende popsong waar alle puzzelstukjes eindelijk een beetje op hun plek vallen, totdat de gitaarsolo aan het einde het geheel weer in de kijk-eens-hoe-goed-ik-kan-spelen categorie plaatst.

Kortom, de heren leveren op papier een prima werk af, dat in de praktijk wat middelmatig overkomt. Daarmee heeft Portnoy misschien wel voor het eerst in zijn carrière iets gedaan waar het – zelfs als drummer – moeilijk is om van te houden, maar ook lastig om te haten. Of dat een stap voorruit is, valt te bezien.
 

Luister dit album op Spotify