Net nu het griepvirus is gaan liggen en de eerste hooikoorts weer om de hoek komt kijken, brengen Acda en De Munnik het album ’t Heerst uit. Onverschilligheid is volgens de heren echter een veel ernstigere besmetting.

Dat is namelijk waar de titel van het album aan refereert. Nu komt dat onderwerp niet heel specifiek naar voren in de liedjes hier, maar dat is wel het overkoepelende thema van de nieuwe theatershow van Acda en De Munnik. Toch zeggen veel teksten weldegelijk iets over de mentaliteit van (een deel van) het Nederlandse volk.

De single Voetstuk Staan bijvoorbeeld, waarin het tweetal goed weet te verwoorden hoe wij Nederlanders vaak omgaan met mensen die met hun kop boven het maaiveld uitsteken. De rake observaties in Amsterdam (Hij Die Slentert) omschrijven hoeveel je mist in een vertrouwde omgeving als je er niet af en toe de tijd voor neemt.

Een groot deel van dit achtste album is opgenomen in de befaamde Sun Studio’s in Memphis, Tennessee, waar ook grootheden als Elvis Presley en Johnny Cash hun eerste plaatjes opnamen. Toch weerstaan Acda en De Munnik de verleiding om in stijl van deze rock-‘n’-rollpioniers de liedjes uit te voeren (Hier Voor Jou daargelaten).

Ongekunsteld

Wel klinkt het album erg organisch en heel oprecht. Niet zozeer rauw, als wel ongekunsteld en onbevangen. Het kleine Jij Hoort Bij Mij, met Acda’s stem prominent in de mix, is daar een tekenend voorbeeld van. Datzelfde geldt voor Geluk Heb Je Te Leen van De Munnik, dat klinkt als een van overdaad gestript Beach Boys-liedje.

De naakte waarheid gehuld in kale uitvoeringen, dat was altijd al een sterke kant van het duo (denk aan Mooi Liedje van het debuut uit 1997). Op ’t Heerst is dat geen uitzondering; de pianoballad Halve Zinnen behoort tot één van de mooiste liedjes van de twee. Acda en De Munnik grossieren wederom in aanstekelijke popliedjes.