“Zonder rem leef ik dit leven, zonder spijt, wrok of berouw”, zingt Paul de Leeuw, die dit jaar Abraham ziet. Het nieuwe studioalbum Paul is in tekstueel opzicht een samenvatting van het leven van de gevierde mediapersoonlijkheid.

Voor zijn, naar eigen zeggen “meest persoonlijke” album tot op heden, werkte De Leeuw samen met Guus Meeuwis en diens kompaan Jan Willem Rozenboom. Wie het werk van Meeuwis goed bestudeerd heeft, zal bepaalde karakteristieken van diens muziek dan ook zonder twijfel terughoren op de nummers op dit album.

Die karakteristieken passen overigens goed bij De Leeuw, die met veel muziek uit de voeten kan. Opvallend op deze plaat zijn de vocalen van De Leeuw. Waar hij in het verleden graag groot uithaalde (wat prachtig uitpakte in powerballads als Zonder Jou en Ik Wil Niet Dat Je Liegt), probeert hij het nu juist vaak heel klein te houden.

Introvert en soms bijna fluisterachtig. Bij het ene liedje werkt dat beter dan bij het andere. Zo houdt De Leeuw zich heel erg in op de Rufus Wainwright-cover Going To A Town (vertaling: Weg Van Hier), terwijl hij hier juist meer kracht in zijn uitvoering had mogen leggen om zijn onvree kenbaar te maken. Een duidelijke aanwijzing van Meeuwis.

Ontroeren

Binnen het klankpalet dat Meeuwis en Rozenboom hebben opgesteld, heeft De Leeuw nog genoeg speling om eigen accenten toe te voegen en ook om diverse stijlen te verwerken in zijn luisterliedjes, waaronder blues, folk en pop. Hij weet vooral te ontroeren op de mooie pianoballad Nooit Voorbij, over een verbroken relatie.

In de liedjes op dit album horen we hoe De Leeuw in het leven staat. Hij zingt over zijn gezin op Lieve Jongens, over geluk op Jouw Lach (hit!) en hij zegt al zijn dromen waar gemaakt te hebben in het slotnummer Abraham. Paul de Leeuw maakt na vijftig jaar de balans op en kijkt meer dan content terug op alles dat hij bereikt heeft.