De legendarische status van het Jamaïcaanse producersduo Lowell Dunbar en Robert Shakespeare, alias Sly & Robbie, staat buiten kijf. Of de heren op hun oude dag nog succes oogsten met een back-to-basics dubalbum zal nog moeten blijken.

We hebben het hier namelijk over een duo dat zich de afgelopen dertig jaar vooral heeft toegespitst op het verzorgen van andermans producties. En deze waslijst aan artiestennamen is misschien net zo indrukwekkend als de voetdruk die Sly & Robbie hebben achtergelaten op de algehele dub- en rootsreggaestroming.

Daarom komt Blackwood Dub op zijn zachtst gezegd uit een onverwachte hoek. De laatste plaat die dit alom geprezen duo op eigen naam uitbracht, stamt uit de jaren tachtig. De grote vraag is of men zich heeft kunnen aanpassen aan het muzikale landschap van nu. Het antwoord? Nee.

Sly & Robbie hebben hun geluid op Blackwood Dub misschien iets meer gepolijst dan in voorgaande jaren, maar muzikaal gezien houden ze vast aan de basis van dubrootsreggae. Bewapend met een arsenaal aan instrumenten en geluiden gaan Sly & Robbie dit nieuwe avontuur aan. Vocalen zijn hierbij niet welkom, lijkt de boodschap te zijn.

Eentonig

Nergens op dit tien nummers tellende project is ook maar de kleinste spoor van een menselijk geluid te bekennen. Dit laat soms een incomplete indruk achter bij de luisteraar. Dirty Flirty bouwt langzaam op naar een climax die nooit komt. Bovendien zit het net als Shabby Attack vol herhalende percussiepatronen, die af en toe eentonig worden.

Wel voelt Blackwood Dub verrassend upbeat aan (Burru Saturday en Ruff House) voor een dubplaat. Blackwood Dub behaalt nergens het niveau van Sly & Robbie’s beste werk. Desondanks verdienen de heren lof voor de getoonde bereidheid iets impopulairs te proberen.