Voor The Clearing had Bowerbirds genoeg om van zich af te schrijven. De relatie tussen het schrijvende duo Beth Tacular en Philip Moore was op de klippen gelopen, Tacular had met mysterieuze klachten in het ziekenhuis gelegen.

De dood in de ogen gekeken en en passant ook nog de eigen hond overreden. Maar de dood keek weg, mysterieuze klachten verdwenen en het schip van hun relatie kwam weer los van de klippen. Met deze ellende in de knapzak verdween de band tijdelijk in een zelfgebouwde blokhut, in navolging van Bon Iver.

Dit om vervolgens in diens studio het daar geschreven werk op band te zetten. Een opluchting moet dat zijn geweest, als een opklaring bij een donkere hemel of een open plek in een diep donker woud. De elf nummers op The Clearing klinken namelijk stuk voor stuk als een bevrijding, positief en vol van energie.

Dit alles echter niet zonder spanning. In en onder de kleurrijke geluidsmuren die het trio om hun liederen leggen klinkt een voortdurende tegendraadse toon. Mineurakkoorden in verder luchtige indiefolk die zich een weg zoekt tussen Arcade Fire, Bon Iver en Sufjan Stevens. En opzoek naar de grenzen van het genre.

Grenzen

Zo horen we vrije Caribische melodielijnen en ritmes, krijgen clicks en clacks uit een drumcomputer meer de ruimte en wordt bovenal elke hoek van de studio gebruikt om extra's, echo’s en galm toe te voegen. Bombast, zoals in opener Tuck The Darkness In, wordt niet ontweken, maar de drie weten het ook simpel en klein te houden, zoals in Sweet Moment.

Hier lijkt het ritme gehouden door een als kikker kwakende saxofoon, zoals vaker blazers in de het geluid zijn verwerkt. Subtiel, net als de vibrafoon die regelmatig passeert. Het zijn details, maar wel details waardoor het derde album van Bowerbirds groots en klein tegelijkertijd klinkt. En louterend, vooral louterend, of in de eigen woorden: "We tuck the darkness in, we tuck the darkness in."