Zanger/gitarist Ed Struijlaart besloot in 2010 zijn huis, baan en leaseauto op te geven om eindelijk zijn levenslange droom waar te maken: een eigen album opnemen. Een goede beslissing of zal hij binnenkort weer de banenmarkt op moeten?

Er is een ongeschreven regel in de popmuziek dat je je album opent met een sterke inleidende, liefst representatieve song. Dit is op Struijlaarts debuut absoluut niet het geval. Het titelnummer doet vreemd genoeg een beetje aan als een Jeroen van de Boom-song. Formulepop met een groot refrein, grote drums en een nog groter Hammond-orgel.

En dat is totaal niet hoe de rest van het album klinkt. Zelf beschrijft Struijlaart het als feelgoodpop met een randje blues. Er is echter een eenvoudigere manier om te beschrijven hoe Struijlaarts muziek klinkt en dat is door één naam te noemen: John Mayer.

Struijlaart heeft goed geluisterd naar deze Amerikaanse gitarist en superster. Haast alles dat gebeurt op Head, Heart And Hands is terug te voeren naar Mayer. Van de manier waarop Struijlaart zijn stem dubbelt, zijn gitaarspel en -klank tot hoe de band speelt. En die band speelt erg goed, sterker nog; deze doet weinig onder voor die van Mayer.

Clichés

Wat wel duidelijk onder doet voor Mayer zijn Struijlaarts teksten. Zijn Engels staat bol van clichés verzameld tijdens een leven vol Amerikaanse speelfilms. Ook bevat het album een aantal twijfelachtige zinsneden. Struijlaarts debuut roept daarmee een beetje gemengde gevoelens op.

Muzikaal is er weinig mis – hoewel hij met het nagenoeg letterlijk overnemen van Mayers stijl weinig originaliteitsprijzen zal winnen – maar het complete plaatje klopt nog niet helemaal. De plaat is echter goed genoeg zodat hij voorlopig niet op banenjacht hoeft.