Je houdt van ze of je haat ze, maar The Cranberries was in de jaren negentig één van de voornaamste alternatieve rockbands die MTV domineerden. Na een lange afwezigheid is de Ierse band terug met een nieuwe plaat.

Het is alweer dik tien jaar geleden dat het laatste album van de band rondom zangeres Dolores O’Riordan verscheen. Na Wake Up And Smell The Coffee werd in 2003 alleen nog het verzamelalbum Stars uitgebracht met daarop twee nieuwe liedjes (waaronder het titelnummer). O’Riordan bracht twee soloalbums uit in de tussentijd.

Maar zoals zoveel bands die het vorige decennium het bijltje erbij neer gooiden, besloten ook de leden van The Cranberries om weer bijeen te komen voor een reünietournee en – uiteindelijk – ook voor een nieuwe plaat. Veel van dat soort albums grijpen terug op eerdere succesformules en dat is bij Roses niet anders.

De liedjes op dit comebackalbum refereren aan wat de Ieren ook al lieten horen op diens eerste twee albums, uit de eerste helft van de jaren negentig. Zo komen ook de invloeden van indiebands waaronder The Smiths en The Sundays weer bovendrijven op nummers als Tomorrow, Raining In My Heart en Schizophrenic Playboy.

Vergelijkbaar

Zo goed als Everybody Else Is Doing It, So Why Can’t We? en No Need To Argue wordt het echter nergens, maar de plaat is van vergelijkbare kwaliteit als de voorganger. Fire & Soul, Losing My Mind, Show Me en de reeds eerder genoemde liedjes Tomorrow en Raining In My Heart maken dit album de moeite waard.

Geen van de nummers hier kan zich echter meten met de reeks sterke singles uit de jaren negentig. Toch had dit album ook moeiteloos vijftien jaar geleden gemaakt kunnen zijn, want de band klinkt nog exact hetzelfde als toen. Maar met producer Stephen Street erbij is dat niet zo verwonderlijk. Ter vergelijking is er een live-cd met oude hits toegevoegd.