Aanval is de beste verdediging, zo moet Half Way Station hebben gedacht bij de opening van de plaat. Zwaar dragende drums, gejaagde staccato piano en gitaar, duisterniswekkende strijker er onder. Ennio Morricone-spaghettiwesternmateriaal.

De instrumentale opener Mind Over Matter tapt uit de muzikale vat van Friends Of Dean Martinez, Giant Sand en Calexico. Meteen een van de hoogtepunten van Moonshine gevolgd door een ander hoogtepunt, Elephant Drums.

Hier wordt dezelfde duistere americana aangevuld met de zacht bedwelmende vocalen van Elma Plaisier. Een rake combinatie die raakt aan de sfeer die Jesse Sykes in haar drone-americana neerzet. Daarna begint de plaat echter de wisselvalligheid van Moonshine – illegaal gestookte whisky – te vertonen.

Niet elk vat is even goed gerijpt en smaakt even goed. Een belangrijke factor daarin is de wisseling van stem; met name daar waar Rikke Korswagen de zang op zich neemt valt de spanning weg. Dat is echter niet de enige reden, in nummers als Unforgotten en Treehouse is de band zoekende naar arrangementen om te verrassen, maar zoekt daarin te ver.

Buik

Dit zijn dan ook nummers die vooral de muzikaliteit van de artiesten toont, maar daardoor minder op de buik spelen. Daar waar in Moonshine en Alina de band juist weer op slepende wijze toont daar wel te kunnen geraken. Juist daar waar Half Way Station het ogenschijnlijk simpel houdt, zijn de Rotterdammers het sterkste, zoals in Storms And Doubt.

De afsluiter van de plaat brengt ons – laagje over laagje bouwend over een simpele folkriff – terug naar het brandend zand van de desolate prairie. Een uiteindelijk fijn huisbrouwsel - vooral dankzij de uitschieters - dat echter iets meer balans in uitvoering had verdiend.