Tot 2009 waren Okkervil River en Shearwater twee handen op een buik, beiden muzikale ontladingskleppen voor Jonathan Meiburg en Will Sheff. Shearwater was de dekmantel voor het werk dat te rustig was voor de ander.

In dat jaar verlaat Meiburg echter Okkervil River om zich volledig op Shearwater te richten. De overstap van kleine indielabels naar de undergroundreus Matador en de positieve ontvangst van het vijfde album Rook vroegen de volledige aandacht. De lovende kritieken van dit album brachten echter geen doorbraak naar een groter publiek.

Noch deed dat het nog beter ontvangen The Golden Archipelago uit 2010. Op Animal Joy wordt gebroken met deze twee platen en de voorganger Palo Santo uit 2006, die het contract bij Matador opleverde. Met de eerste plaat op Subpop komt Meiburg met een popalbum waar hij tussen Robert Wyatt, Peter Gabriel en grote gebaren van Pink Floyd in kruipt.

Nog steeds refererend aan de folk, zoals in Animal Life, maar met meer bombast en grandeur. Een grootser geluid met een minimale aanpak, met veel nadruk op ritme, opzwepend en gejaagd. Het tempo wordt niet alleen gezet door goede vulling door potten en pannen, maar juist ook door staccato speelwijze van bijvoorbeeld de piano zoals in You As You Were.

Percussie

Andere nummers worden voornamelijk gedragen door percussie. Zo bestaat Insolence in de coupletten alleen uit drums, aangezet met contrabas en accenten op gitaar en toetsen. Zo begeeft Shearwater zich enkele malen in de contreien van Arcade Fire, door juist met details het grote te creëren.

Poppier dan elk van de voorgangers, maar niet makkelijker. Juist door de rijke detaillering een plaat die zich enkel met meerdere en aandachtige beluistering geheel voor je openbaart.