Luik – Owls

In deze voortsluimerende herfst die we winter noemen, is Owls de plaat op zijn plek. In een mix van de indiepop van Sparklehorse en de slowcore van Codeine, kleurt Luik de tinten nog grijzer en grauwer dan reeds gezet in afwezigheid van Koning Winter.

De Rotterdamse band rond Lukas Dikker lijkt geboren in een eeuwige herfst. Traag, slepend en in een tergende treurnis worden in open klanken de akkoorden neergelegd. Helder gitaar werk, breekbaar als glas, vormt de basis van de negen nummers Owls die telt, aangevuld met slidegitaar en orgel.

En amper vooruit te branden bas en andere niet direct te plaatsen geluiden klinken ver in de diepte. Zo lijken op het magistrale en meeslepende Spleen vogels op de achtergrond de blues in al haar ellende mee te fluiten. Een tweede gitaar, onder de snikkende eerste, legt enkel kleine accenten.

Kleine gebaren in een zee van ruimte. Owls heeft in de opname, productie en mix een open afwerking gekregen. Hierdoor lijkt er veel lege ruimte in de nummers te zitten, maar deze zijn allemaal op subtiele wijze dichtgeslibd met echo, drone of Sigur Rós-achtige gitaar.

Bezwerend

De vijfendertig minuten die passeren brengen rust, maar trekken je als luisteraar ook eenvoudig mee in het geluid. Zwevend op het prachtige gitaargeluid, zwijmelend bij de eentonige – maar juist daardoor – bezwerende zang, in gedachte wegzinkend bij de blues die in slowcoretempo voorbij trekt.

Want meer dan bij vergelijkbare bands als Codeine, Red House Painters of Low lijkt niet pop of folk hier de basis, maar de blues. Een trage, tragische en beladen blues van een band die hiermee een zeer eigen geluid neerzet.

Lees meer over:
Tip de redactie