Bij de debuut-EP uit 2006 was Boutros Bubba nog een duo, maar al snel voegde bassist Freddy Mercury zich bij zanger/gitarist Spoelstra en drummer Vreselijk Ongeluk.

In die formatie is Ridiculous Wrists alweer het tweede album. Negen nummers die invloed van de betere noiserock uit de jaren negentig verraden. Denk Shellac, Slint en Trumans Water, doorspekt met een grote dosis humor en de wil om te verrassen.

Ridiculous Wrists bevat dan ook de nodige absurditeiten. In het geluid, door de wendingen die het trio neemt, maar ook in de teksten. Zo draait opener Rabbit/Acquaintance om het hilarische maar tragische verhaal van een kennis in een konijnenpak. Hoofdlijn daarin het idee dat het toch niet wijs is vreemdelingen verkleed als een konijn te benaderen.

Mathrock met een knipoog, maar niet met een halfslachtige lacherige houding gespeeld. Daarvoor zijn de losjes gespeelde partijen te gecompliceerd. Opvallend op Ridiculous Wrists is dat het tempo ten opzichte van voorganger National Anthems enigszins omlaag is gegaan.

Impact

Daarmee is er echter weinig veranderd aan de impact van scherpe noiserock van Boutros Bubba. Het trio wisselt vaker van maatsoort dan een zesjarige van tanden en doet dat doorladen met dissonanten. Feedback, noise en ander ruis zijn het bad waarin de heren hun zeer technische spel ten gehore brengen.

Bouwend op een voorbeeld van velen, maar daar duidelijk een eigen richting aangevend. Een richting vol kwinkslagen, die verrassing op verrassing brengen. Een absolute aanrader voor een ieder die zijn muziek graag noisie en onverwacht heeft.