“Play loud”, beveelt de sticker op de hoes van het nieuwe album van The Black Keys. Of dit nu met enige ironie bedoeld is of niet, het is een zeer terechte aanbeveling van de band uit Akron, Ohio.

El Camino is alweer het zevende album van het Amerikaanse duo, bestaande uit zanger/gitarist Dan Auerbach en drummer/producer Patrick Carney. Net als op Attack & Release (2008) en Brothers (2010) zit Brian Burton alias Danger Mouse weer achter de knoppen. Maar dit keer produceert hij samen met The Black Keys.

Omdat The Black Keys moeite had om het rustigere materiaal van voorganger Brothers live uit te voeren, ligt het tempo op El Camino een stuk hoger. Ook het bluesgeluid is minder prominent aanwezig op dit album. De liedjes hebben weliswaar nog immer een retrospectief karakter, met name geënt op sixtiesrock en punk.

Eerste single Lonely Boy is daar een treffend voorbeeld van; alsof The Clash een geheel eigen versie heeft gemaakt van de Beatles-hit I Saw Her Standing There. Die lijn wordt voorgezet op Dead And Gone en Hell Of A Season, terwijl Run Right Back bijvoorbeeld enigszins in lijn ligt van Queens Of The Stone Age.

Ronkend

De blueswortels van The Black Keys komen nog geregeld bovendrijven op El Camino. Met name op het dansbare Gold On The Ceiling. Little Black Submarines lijkt een knipoog naar Led Zeppelins Stairway To Heaven; de eerste twee minuten is het nummer ingetogen en klein, waarna een ronkende finale van anderhalve minuut volgt.

Danger Mouse op toetsen en als coauteur van alle nummers is een bijzonder waardevolle toevoeging. Hij geeft de nummers meer diepte en tevens zorgt hij voor een popbenadering van de gitaarmuziek van The Black Keys. Zijn invloed is vooral voelbaar op pakkende liedjes als Money Maker, Sister, Stop Stop en Nova Baby. Die radio kan gerust wat harder.