In 2004 begon John Dwyer Thee Oh Sees als zijproject van het garageduo Coachwhips. Drugs geïnspireerde folkdrones in gruizige psychedelica, om de experimentele kant te dekken.

De folk is verdwenen, maar het experiment is gebleven. Carrion Crawler/The Dream is inmiddels alweer het dertiende album van de band rond Dwyer en zelfs de tweede dit jaar. Eigenlijk bedoeld als twee verschillende EP’s op het laatste moment als tweede langspeler van dit jaar uitgebracht.

Een logische keuze, daar de twee feilloos op elkaar aansluiten. Op het eerste gehoor standaard garagerock, met galmende gitaren en een wijde echo op de stem. Dit ondersteund door een treinlocomotief in de ritmesectie maakt de band gruizige en opgepompte popliedjes op volle snelheid.

Dat de overproductieve Dwyer echter niet alleen in genrekaders denkt, is al meteen in opener Carrion Crawler te horen. Hier worden de piepende gitaren vergezeld door een scherpe altsaxofoon. Niet al te opvallend, maar in de detaillering van het geluid de verbreding van het geluid.

Langdradig

Daarnaast doet Thee Oh Sees wel precies wat er van een garagerockband mag worden verwacht; opjuttende en pakkende rockriffs spelen met de passie van een door hormonen opgejaagde tiener op zijn opgevoerde brommer. Helaas in een aantal nummers iets te langdradig, waardoor de aandachtsspanne verslapt.

Wat dat betreft had Carrion Crawler/The Dream ook gereduceerd mogen worden tot een EP. Vier of vijf stuks eraf in het besef dat niet alles dat je schrijft op schijf hoeft te belanden. Maar met liedjes als Contraception/Soul Desert, The Dream en de al eerder genoemde opener blijft de beweging en spanning er voldoende in.