"Don’t tell me everything’s alright, because I’m happy being miserable", galmde het in 2000 door de ether. De vrolijke radiohit van Leningrad Cowboys zorgde ervoor dat de Finnen ook buiten eigen land enige voet aan de grond kregen.

Dat is inmiddels ruim twaalf jaar geleden. Sindsdien is bijna de complete dertienkoppige band vervangen. Enkel trompettist Pemo Ojala en zanger annex medeoprichter Sakke Järvenpää zijn overgebleven van het met uitbundige kuiven getooide clubje dat er zo blij van werd om zich ellendig te voelen.

De geschiedenis van Leningrad Cowboys gaat echter nog verder terug; naar 1986. Aanvankelijk was het een fictieve band uit een reeks films van de Finse regisseur Aki Kaurismäki, met daarin leden van de punkband Sleepy Sleepers. 25 jaar later is er weinig veranderd aan het concept, maar de wisseling van wacht laat wel zijn sporen na.

Het collectief gooit hardrock, beat, ska, girlpop, punk, klezmer en een beetje traditionele Cubaanse muziek in de blender en distilleert daar een eigenzinnige mix uit, die daadwerkelijk klinkt als pre-Perestrojka interpretaties van westerse popmuziek uit de Koude Oorlog. Daarbij is de band echter weinig consequent op dit album.

Cuba

Leningrad Cowboys gaat namelijk te zeer heen en weer op het grappig getitelde Buena Vodka Social Club. Het was bovendien een mooie gelegenheid geweest om thematisch iets te doen met gegeven van Cuba als socialistische staat en diens rijke muzikale verleden. In plaats daarvan gaat de band vooral door met het ridiculiseren van de Sovjet Unie.

Wie verwacht dat het album een voortzetting is van de vrolijke pophit Happy Being Miserable, komt bedrogen uit met Buena Vodka Social Club. Denk eerder aan de Duitse rockband Scorpions, bijgestaan door een kozakkenkoor en een klezmerband. Of je daar vrolijk van wordt, is een ander verhaal.