De albumtitel Fallen Empires is wellicht actueler dan ooit, al zou je gezien de hoesafbeelding van het nieuwe Snow Patrol-album denken dat de band duidt op wijlen Pan-Amerikaanse beschavingen of koninkrijken uit de Oudheid.

De transformatie van Snow Patrol van obscuur en experimenteel rockbandje via indiehelden naar een door een breed publiek geliefde popact is opmerkelijk te noemen. Wie de eerste paar albums van de band van Gary Lightbody naast het recente werk legt, zal zich serieus afvragen of we hier met dezelfde band van doen hebben.

Terecht, want behalve Lightbody en drummer Jonny Quinn is de complete band in de tussentijd ververst. Hoewel op veel subtielere wijze dan ten tijde van Songs For Polarbears, neemt het experiment opnieuw een plek in in de muziek van Snow Patrol. Nergens vernieuwend, maar in de details schuilt veel meer dan argeloze luisteraars vermoeden.

Snow Patrol introduceerde eerder al op succesvolle wijze elektronica in zijn muziek en bouwt dat op Fallen Empires verder uit, zonder ergens pretentieus uit de hoek te komen. Nummers als I’ll Never Let Go, This Isn’t Everything You Are en In The End blijven toegankelijke popliedjes die makkelijk door een mensenmassa mee te zingen zijn.

Groots

Immers, daar moet Snow Patrol anno 2011 wel enige rekening mee houden, getuige ook de grootse refreinen in The Gardening Rules en Lifening. Mooie liedjes als New York, The Symphony en Those Distant Bells zullen oude fans weer enigszins doen denken aan het fantastische doorbraakalbum The Final Straw uit 2004.

Waar Coldplay zijn songs op Mylo Xyloto soms jammerlijk verbergt onder excessieve productionele kunstjes van U2-producer Brian Eno, geeft Jacknife Lee (een andere U2-producer) de liedjes van Snow Patrol meer ruimte om te ademen. Als Odysseus in het Paard van Troje dringen ze plotseling bij je binnen, ook al duurt het soms even.