Babybird is een typisch geval geliefd in Groot-Brittannië, totaal onbekend daarbuiten. De Sheffieldse indiepopband rond liedjesschrijver Stephen Jones heeft echter een grote troef in handen: Johnny Depp.

Op albumopener Jesus Stag Night Club neemt Johnny Depp – naar eigen zeggen een “long time fan” – de gitaar voor zijn rekening, net als op de song Unlovable op het vorige album Ex-Maniac. De aanwezigheid van Depp voegt echter weinig toe buiten pr-mogelijkheden (waarvan getuige de opening van deze recensie).

Met The Pleasures Of Self Destruction, het tiende album van de band sinds debuut I Was Born A Man uit 1995, neemt Jones weinig risico's. Het is weer mooie liedjes met een randje droge humor dat de klok slaat, net als altijd. En in het geval van Babybird is dat maar goed ook.

Want dat is namelijk precies wat Jones goed doet en ook nog eens precies wat de trouwe fanschare van hem verwacht. De dertien liedjes hier zijn allemaal prima, tekstueel intelligent, in sommige gevallen buitengewoon aanstekelijk en professioneel uitgevoerd.

Foutloos

Ook de productie, net als vorig album in de handen van Bruce Witkin en Ryan Dorn, is foutloos hoewel misschien wel wat ongevaarlijk. De twee heren zijn overigens aan Jones voorgesteld door Depp en daarmee reikt de invloed van de Hollywood-ster misschien toch iets verder dan louter starpower. Het album is hooguit wat aan de lange kant.

Een paar songs minder had de consistentie van The Pleasures Of Self Destruction geen kwaad gedaan, maar het is Jones vergeven. Voor fans van Babybird een verplichte aankoop, voor anderen een redelijke introductie. Nieuwelingen zijn waarschijnlijk wel beter af met Best Of Babybird of een van de eerste vier albums.
 

Luister dit album op Spotify