De Amsterdamse rockband King Jack verwierf vooral bekendheid toen twee van zijn leden werden uitgenodigd om mee te spelen in de begeleidingsband van Anouk – en krap een half jaar later er weer uitgezet werden. Met de rock-‘n’-rollattitude zit het dus wel goed.

Maar attitude alleen is niet genoeg om het debuutalbum van King Jack te laten slagen. De band rondom zanger en bassist Boaz Kroon kwam in 2009 al even onder de aandacht middels de singles Sunrise en Can’t Get My Head Around You. Daarna verdween King Jack voor enige tijd van de radar, tot de single Some Girls verscheen.

Bijna drie jaar na de eerste single is het naamloze debuutalbum dan eindelijk klaar, hoewel zowel Sunrise als Can’t Get My Head Around You afwezig zijn. King Jack zoekt het midden op tussen de pakkende hitparaderock van Go Back To The Zoo en de energieke neo-psychedelica van DeWolff, inclusief pakkende meezingrefreintjes.

Zoals wel meer Nederlandse bands op dit moment zoekt King Jack zijn inspiratie in rockmuziek uit de jaren zestig en zeventig, met name Led Zeppelin, The Beatles, T. Rex en The Rolling Stones. Het levert hele aardige en radiovriendelijke liedjes op, als OMG, Everyday, Lose It en Some Girls. Soms haast geforceerd radiovriendelijk.

Opdracht

Op momenten lijkt het bijna of de liedjes van King Jack bewust laagdrempelig gehouden zijn. Alsof King Jack de studio ingestuurd is met de opdracht om hitjes te fabriceren. Dit wordt vooral evident op All The Things We Don’t Know, waarop King Jack ondanks fraaie accenten maar niet het achterste van zijn tong wil laten zien.

De productie van Attie Bauw verdient een dikke pluim en je hoort dat je hier te maken hebt met getalenteerde muzikanten. Het grootste struikelblok is de zang van Boaz Kroon, die regelmatig vervormd of gedubbeld moet worden om het acceptabel te laten klinken. En zelfs dan lukt het niet altijd. Zo blijft er nog heel wat te wensen over.