Nostalgische gevoelens zijn vaak een drijvende kracht achter moderne popmuziek. Meestal beperkt die nostalgie zich tot de sound van een artiest, echter in het geval van Summer Camp gaat die nostalgie net een stapje verder.

De jaren tachtig zijn namelijk niet alleen terug te vinden in het geluid van het uit London afkomstige echtpaar Jeremy Warmsley en Elizabeth Sankey, maar ook in de onderwerpkeuzes. Debuutalbum Welcome To Condale klinkt als een verloren John Hughes-script dat in plaats van verfilmd tot een album omgetoverd is.

Welcome To Condale wordt dan ook bevolkt door prom-queens, losers en loners, zoals dat een goede tienerfilm uit de jaren tachtig betaamt. Het album kan zelfs gedeeltelijk gezien worden als een conceptalbum, met voor de aandachtige luisteraar een beetje een rode draad.

Muzikaal klinkt het echter wel net iets te modern en net iets te lo-fi om echt uit het aangehaalde decennium te komen. Synthesizers klinken allemaal te gruizig of zelfs vals, de drummachientjes te overstuurd en de zang – afgewisseld van Warmsley en Sankey – te quasinonchalant.

Memorabel

De liedjes zijn bovendien over het algemeen niet memorabel genoeg. Met name de refreinen komen niet echt uit de verf. En dat niet uit de verf komen mag eigenlijk gezegd worden voor het gehele album. Een blijvende indruk maakt namelijk niets, hoewel het allemaal wel prettig weg luistert.

Had Summer Camp daadwerkelijk voor een echte eighties-sound gekozen in plaats van de ietwat afstandelijke, kijk-mij-eens-anders-zijn indiestijl die het duo hier tentoonspreidt, dan had Welcome To Condale echt iets bijzonders kunnen zijn. Toch een prettig werk, hoewel een beetje een gemiste kans.
 

Luister dit album op Spotify