In 2010 werd Luke Roberts al opgepikt door Ecstatic Peace, het label van fijnproever en Sonic Youth-voorman Thurston Moore. Ingetogen trage folk van een door de Amerikaanse muziektraditie reizende verhalenverteller.

De internationale release van Big Bells And Dime Songs heeft echter moeten wachten tot 2011, nu op Thrill Jockey. Een release die een intieme, warme en rustieke sfeer uit ademt. Met een trage tred trekt Roberts door zijn fingerpickin’ folk, de zanglijnen kalm, haast verveeld, maar wel erg warm.

Bewust creëert hij een beeld van de met zwervers gevulde goederentreinen die door de Verenigde Staten trekken. Hiervoor boort hij in de muzikale geschiedenis van zijn geboortestad Nashville, maar dat met dezelfde inslag als Red House Painters. De spanning opbouwend in kaalheid en repetitie.

Over de negen nummers op Big Bells And Dime Songs zul je dan ook weinig wendingen horen. Slechts sporadisch is er ruimte voor een elektrische eruptie, toevoegingen die juist door het ontbreken van verdere opsmuk grootse indruk maken. De grootste variatie zit in de bewuste haperingen in zijn gitaarspel en het overslaan van zijn stem.

Subtiel

Een enkel moment werkt de herhaling en het gebrek aan afwisseling binnen de liedjes tegen hem, maar over de gehele plaat weet Roberts de tijd tot stilstand te brengen. Met subtiele verhalen over het verlies, de twijfel, de angst waarin zijn protagonistenleven, compenseert hij deze momenten van eentonigheid.

Daarin zou Luke Roberts de bloedbroeder van Damien Jurado kunnen zijn. De gebroken warme stem en een voorliefde voor brekende of gebroken verhalen in een kleine muzikale setting. Alleen nog net niet met dezelfde overtuiging.
 

Luister dit album op Spotify