Wie het samenwerkingsverband SuperHeavy (met daarin onder meer Mick Jagger en Joss Stone) al een deceptie van de bovenste plank vond, kan maar beter weg blijven Lulu; het wanproduct van oude helden Lou Reed en Metallica.

Lulu dankt zijn naam aan de hoofdpersoon uit twee werken van de fin de siècle-schrijver Frank Wedekind, die leefde in het Duitse Keizerrijk. Zijn omstreden voorstellingen Erdgeist (1895) en Die Büchse Der Pandora (1904) werden na zijn dood bewerkt tot een film (G.W. Pabsts Pandora’s Box, 1929) en een opera (Alban Bergs Lulu, 1937).

De nummers van Reed en Metallica op dit dubbelalbum bevatten geen elementen uit eerdere adaptaties van de werken van Wedekind, maar zijn volledig oorspronkelijke composities met teksten van Reed. Ongetwijfeld allemaal met de beste intenties, maar het resultaat (met Hal Willner en Greg Fidelman als externe producers) is bedroevend.

Nu bevat de discografie van beide acts de nodige miskleunen. Zo vloog Metallica gigantisch uit de bocht met het gedrochtelijke St. Anger uit 2003. Onder het mom van geëxperimenteer kwam Lou Reed mogelijk met nog slechtere albums weg, maar de statuur van de man, zijn invloed en enkele prachtnummers overschaduwen dat ruimschoots.

Rammelend

Reed zal op Lulu dan ook vooral gehaat worden door doorgewinterde Metallica-fans, vanwege zijn praatzang (of soms gewoon gepraat). Maar juist dat is het meest intrigerende aan dit album. Metallica degradeert echter tot een rammelende begeleidingsband. Enkel op Little Dog lijken de twee instituten elkaar te vinden.

Pogingen sinistere muziek te componeren bij Reeds confronterende teksten lopen uit op een catastrofe van immense omvang, met Mistress Dread als absoluut dieptepunt. De zware gitaarriffs van Kirk Hammett, het excessieve slagwerk van Lars Ulrich en de bulderde vocalen van James Hetfield missen hun volledig doel. Pijnlijk.