Met tweede album Libraries doen The Love Language liedjesschrijver en bandleider Stuart McLamb een gooi naar een plekje in het pantheon van de indiegoden. Hij komt aardig dichtbij, maar leent net iets te veel van diezelfde grootheden om zeker te zijn van een plaatsje.

Met recente voorprogramma's voor Arcade Fire op hun Amerikaanse tour op zak, heeft McLamb zichzelf goed in de kijker gespeeld. Waar het titelloze debuut vol stond met Spartaans opgenomen lo-fi liefdesverdriet, is er op album twee meer tijd gestoken in arrangement en opname.

The Love Language maakt vrij standaard indiepop, nog steeds een beetje aan de lo-fikant van het spectrum, met als eigen element een duidelijke fifties- en sixtiesinslag. Dit uit zich vooral in Phil Spector-achtige muren van geluid maar ook in het gebruik van haast klassieke popzanglijnen.

McLamb klinkt een beetje als een iets minder getalenteerde Robin Pecknold (Fleet Foxes), met hier en daar een klein randje Morrissey. Niet overal is het even zuiver, met name waar hij met zijn stem gaat trekken – om eerder genoemde Pecknold aan te halen – gaat het soms een klein beetje mis.

Singlekandidaten

De liedjes zijn stuk voor stuk prima en een aantal zijn duidelijke singlekandidaten. Hoogtepunten zijn leadsingle en albumopener Pedals, klassieke ballad Summer Dust en het mysterieuze Blue Angel. Libraries is daarmee een leuk album, maar een echt diepe indruk maakt het nooit; daar is het allemaal net niet eigenzinnig genoeg voor.

Wat ook een beetje wringt is het feit dat de meeste songs duidelijk kleine liedjes zijn die iets groter uitgevoerd worden dan nodig is, omdat McLamb stiekem op zoek lijkt naar Het Grote Gebaar. Toch een charmant herfstalbum.